|
Indicaties voor hyperbare zuurstoftherapie.
Er bestaan vele indicaties
voor hyperbare zuurstoftherapie (HBO), waarbij de werking telkens
berust op het herstellen van de normale weefselzuurstofdruk in
weefsels met een gebrek aan zuurstofvoorziening.
In Europa, net als in de
Verenigde Staten, buigen deskundigen zich regelmatig over “aanvaarde”
indicaties voor HBO. De Europese Commissie voor Hyperbare Geneeskunde
(ECHM) heeft sinds 1994 regelmatig consensusconferenties gehouden,
telkens over een ander thema.
De volledige teksten met
de conclusies van de jury voor elke consensusconferentie kunnen
verkregen worden via
www.echm.org
De indicaties die momenteel
in Europa aanvaard zijn, worden in 3 categorieën onderverdeeld.
Voor de “type 1”-indicaties kan het niet-behandelen van de patiënt
met HBO eventueel als een medische fout aanzien worden. “Type
2”-indicaties zijn deze waarbij het bewezen werd dat HBO een voordeel
biedt als aanvulling bij de klassieke behandeling. Voor de indicaties
van “type 3” (optioneel) zijn er positieve argumenten voor de
werkzaamheid van HBO, maar zijn de wetenschappelijke bewijzen
zijn nog niet onweerlegbaar: er is nog verder onderzoek nodig
ten einde de exacte plaats van HBO te definiëren.
ECHM Consensus Conferentie,
1994 (www.echm.org)
|
Aanbeveling
Type 1 (“noodzakelijk”)
|
|
Urgente indicaties
- Decompressieongeval
(Diepzeeduiken)
- Zware
koolstofmonoxyde vergiftiging
- Gasembool
- Infecties met anaërobe
kiemen of gemengde flora
- Necrotiserende
weke delen infectie.
- Brandwonden, in geval
van bijkomende CO intoxicatie
Niet urgente indicaties
- Osteoradionecrose
- Preventie
van osteoradionecrose in geval van tandextractie in bestraald
gebied.
- Radionecrose van zachte
weefsels (met uitzondering van: radio-enteritis – type
3)
|
|
Aanbeveling
Type 2 (“wenselijk”)
|
|
Urgente indicaties
- Crush
syndroom van de ledematen, posttraumatische ischemie-reperfusie
- Huidgreffen
en myocutane flappen, in geval van dreigende necrose ten
gevolge van oedeem of ischemie
- Plotse doofheid
Niet urgente indicaties
- Kritische,
chronische ischemie bij een diabetische patiënt (als PTcO2
> 100mmHg aan 2.5 ATA 100% O2)
- Kritische,
chronische ischemie bij arteriosclerose (als PTcO2 >
50mmHg à 2.5 ATA 100% O2)
- Chronische,
refractaire osteomyelitis (= ongevoelig aan > 6 weken
gerichte antibioticatherapie en tenminste één chirurgische
interventie)
- Osteomyelitis van de schedel
of het sternum.
|
|
Aanbeveling
Type 3 (“optioneel”)
|
|
Urgente indicaties
- Lichte
CO intoxicatie.
- Reperfusiesyndroom na
vasculaire chirurgie
- Herimplantatie van traumatisch
geamputeerde ledematen.
- Post-anoxische encefalopathie.
- Brandwonden zonder CO
intoxicatie, van > 20% TBSA, van 2de of 3de graad
- Zware ophtalmologische
ischemie (occlusie A. of V. Centralis Retinae)
Niet urgente
indicaties
- Intestinale radionecrose
(radio-enteritis, radio-proctitis)
-
Post-radiatie-myelitis
|
In België groepeert de vzw
ACHOBEL (Belgische adviesraad voor Hyperbare Zuurstoftherapie)
alle hospitaalcentra die een hyperbare kamer bezitten (www.achobel.be)
CO
intoxicatie 
Theoretische grondbeginselen:
De symptomatologie bij een
CO intoxicatie kan door twee pathofysiologische mechanismen uitgelegd
worden:
- De
binding van CO met hemoglobine speelt een belangrijke rol indien
de omgevingslucht sterk met CO vervuild is. Ze veroorzaakt een
acute hypoxie, die zich kenbaar maakt door hoofdpijn, vertigo,
bewustzijnsverlies. De symptomen verdwijnen meestal snel nadat
men het slachtoffer uit het lokaal geëvacueerd heeft en zuurstof
geeft via een masker. CO-Hb in geval van symptomen ongeveer
25%.
- De verbinding van CO met cytochroom-systemen
en weefsel-enzymen ligt aan de basis van een weefselvergiftiging
(“cytotoxiciteit”) die zich veel langzamer instelt, maar
die ook veel langer weerstand biedt aan een behandeling met
zuurstof. De intoxicatie gebeurt door de CO die opgelost is
in het plasma, en kan zich zelfs voordoen met een lage CO-Hb
waarde, indien de blootstelling lang genoeg is (10-20%). Daar
de desintoxicatie van de weefsels pas kan gebeuren door een
verhoogd perifeer aanbod van zuurstof, gebeurt dit, bij toediening
van zuurstof via masker, met een aanzienlijke vertraging ten
opzichte van de vrijmaking van de hemoglobine. Symptomen zoals
hoofdpijn, duizeligheid, pijn in de hartstreek, abnormaal neurologisch
onderzoek (reflexen, bewustzijn), die ook na 1 tot 1,5 uur normobare
zuurstoftherapie bestaan zijn aan dit mechanisme te wijten.
Het kunnen bepalen van de
duur van de blootstelling aan CO-gas is dus van groot belang om
in te schatten hoe ernstig het slachtoffer geïntoxiceerd is.
HBO is aangewezen in
gevallen van:
- bewustzijnsverlies, zelfs kort,
ten gevolge van de intoxicatie.
- neurologische
symptomen: enkel objectieve symptomen moeten in overweging genomen
worden: belangrijke spierzwakte (moeilijkheden om zich recht
te houden), bewustzijnsvermindering (stuporeuze of comateuze
toestand), sterke of asymmetrische peesreflexen, concentratiestoornissen
(onmogelijkheid tot simpele hoofdrekenoefeningen). In het algemeen
kunnen we alle symptomen zoals hoofdpijn, vertigo en algemene
malaise, die na 1 uur normobare zuurstoftherapie (non-rebreather
masker met reservoir, aan een debiet van > 15 l/min) blijven,
nog als serieus beschouwen. Deze patiënten moeten getransfereerd
worden voor HBO.
- cardiologische
symptomen, ook al lijkt het ECG normaal.
- zwangere
vrouwen.
In de volgende gevallen
kan HBO nuttig zijn, maar dit moet besproken worden geval per
geval (voorafgaand telefonisch contact met een geneesheer gespecialiseerd
in HBO).
- kinderen
< 10 jaar met symptomen, zelfs in mindere mate,
- CO-Hb
> 25% bij aankomst in het ziekenhuis, zelfs indien symptoomvrij.
De HBO gebeurt in een sessie
van ongeveer 90 minuten. Als de patiënt na deze sessie niet symptoomvrij
is kan een tweede sessie gegeven worden na 6 uur.
Alternatieven voor HBO:
Het geven van O2 normobaar
in een non-rebreather masker met reservoir, aan een debiet van
> 15 l/min, gedurende 12 uur, of gedurende 2 uur na normalisatie
van de CO-Hb of het verdwijnen van alle symptomen.
Gasgangreen
- anaërobe infectie van de weke delen.

Theoretische grondbeginselen:
In geval van gasgangreen
door de “clostridium perfringens” bacterie laat HBO toe om in
de geïnfecteerde weefsels een O2 druk boven de 250mmHg te bekomen,
wat snel de productie van alfatoxines door de bacterie belemmert.
Dit staat toe om de snelle voortgang van de infectie te stuiten,
op voorwaarde dat de behandeling herhaald wordt (in de praktijk
worden 3 behandelingen gedurende de eerste 24 uur gegeven, gevolgd
door 2 behandelingen per dag).
Daarbovenop creëert HBO
een aërobe omgeving ter hoogte van de besmette weefsels, wat een
bacteriostatisch effect heeft op de anaërobe kiemen zelf.
Het herstellen van de locale
O2 druk geeft voldoende bactericiede capaciteit aan de aanwezige
polynucleaire neutrofiele witte bloedcellen (macrofagen).
Tenslotte is het zo dat
bepaalde antibiotica (vb. de aminoglycosiden) een verminderde
doeltreffendheid hebben in een hypoxisch milieu.
In geval van andere uitgebreide
infecties van de weke weefsels (fasciitis of necrotiserende cellulitis,
gangreen van Fournier, niet clostridiale myositis of pyoderma
gangrenosum), kan HBO ook bijdragen tot de behandeling, hoewel
minder spectaculair, en dit met dezelfde effecten.
HBO is aangewezen in
gevallen van:
- clostridiaal gasgangreen (aanwezigheid
van gram+ bacterien, extreem snelle voortgang, intramusculair
gas op radiografie). Een aangepaste antibioticatherapie, een
doeltreffende vasculaire vulling, en een heelkundig debridement
zijn noodzakelijk. Er gebeuren 3 behandelingen HBO gedurende
de eerste 24 uur, gevolgd door 2 behandelingen per dag tot de
infectie overwonnen is (meestal vanaf de 5de dag).
- belangrijke
infectie van de weke delen : chirurgie en antibioticatherapie
zijn de pijlers van de behandeling. HBO moet hieraan toegevoegd
worden bij een aantasting van de algemene toestand of een uitgebreide
necrose van de weefsels (oedeem, delicate vasculaire status,...).
HBO gebeurt over het algemeen aan rato van 2 maal per dag.
Opmerking:
De toepassing van preventieve,
vroegtijdige HBO ten gevolge van uitgebreide, bevuilde wonden
of wonden met bijkomend vasculair letsel (vb. compartimentsyndroom,
crush-syndroom) wordt meer en meer verdedigd, vooral bij open
breuken (osteitis is in het algemeen moeilijk te behandelen).
Duikongevallen
(decompressieziekte) 
Theoretische grondbeginselen:
Tijdens diepzeeduiken (ademen
van perslucht), lost er geleidelijk stikstof op in de lichaamsweefsels.
Tijdens het opstijgen naar het oppervak moet deze geleidelijk
terug uitgeademd worden, vandaar de noodzaak om (na een zeker
verblijf op diepte) “decompressiestops” uit te voeren. Als de
duiker aan de oppervlakte komt na te weinig decompressiestops,
vormt de stikstof belletjes in de weefsels of in het bloed. Dit
kan ook gebeuren bij het respecteren van de decompressie-tabellen
of duikcomputer!
De symptomen van decompressieongevallen
zijn heel divers: soms gaat het om een plotse verlamming (aantasting
van het onderste deel van het ruggenmerg door ischemie), soms
zijn er tekens van aantasting van de hersenen of het cochleo-vestibulair
systeem; soms veroorzaakt het pijnklachten ter hoogte van heupen,
knieën of een ander gewricht, soms enkel huid-symptomen...
Als algemene regel geldt
dat alle symptomen die binnen 24 uur na een duik beginnen, als
decompressieziekte moeten beschouwd worden tot het tegendeel bewezen
is.
HBO is aangewezen in
gevallen van:
Het stellen van de indicatie
en de keuze van de therapeutische recompressietabel zijn het domein
van de geneesheer specialist in hyperbare geneeskunde. Tijdens
het transport naar een multiplace hyperbaar centrum moet de patiënt
onder 100% O2 blijven (15l/min in non-rebreather masker) en moet,
in geval van belangrijke symptomen (verlamming, braken,...), een
perfusie krijgen met Hartmann oplossing. Vaak moet de patiënt
een urinesonde krijgen wegens urineretentie.
De behandelingtafels zijn
lang en de diagnostiek soms zeer moeilijk. Enkel hyperbare centra
met ervaring in duikgeneeskunde kunnen een correcte behandeling
van dit type patiënt garanderen.
Bijkomende informatie:
Via het “groene” (gratis)
nummer 0800-12382 is in België, 24u/24, bijstand beschikbaar.
Door dit nummer te bellen kan de duiker, geneesheer, of
paramedicus bijna onmiddellijk in contact komen met een geneesheer,
gespecialiseerd in duik- en hyperbare geneeskunde, die raad zal
geven over dringende, medische richtlijnen en een eventuele evacuatie
naar een competent hyperbaar centrum. Deze lijn is aangeboden
door DAN (Divers Alert Network) – voor meer info: www.daneurope.org
Opgepast: dit is geen “100“
dienst – dus in geval van levensbedreigende symptomen moet eerst
het “100” nummer gebeld worden!
Lucht-
of gasembool 
Theoretische grondbeginselen:
Indien lucht in de bloedvaten
komt, via de accidentele loskoppeling van een centraal infuus,
tijdens een chirurgische interventie, via een perforerende thoracale
wonde of door longoverdruk (bij kunstmatige beademing of bij een
duikongeval) kan een plots bewustzijnsverlies optreden, met stuiptrekkingen
of een zware hersenaantasting. Soms treedt een (al dan niet volledig)
neurologisch herstel op in de daaropvolgende 30 minuten, nochtans
is er in dat geval bijna altijd een secundaire achteruitgang van
de neurologische toestand te verwachten.
HBO zorgt ervoor dat het
volume van de overblijvende luchtbellen verkleint; daarenboven
wordt snel voldoende zuurstof afgegeven aan de ischemische hersenweefsels
en wordt het fenomeen van ischemie-reperfusie (met productie van
vrije zuurstofradicalen) verminderd.
HBO is aangewezen bij:
Bij elk vermoeden van gas-
of luchtembool, na hemodynamische stabilisatie. Er moet eventueel
een behandeling met vaso-actieve geneesmiddelen, Mannitol in geval
van cerebraal oedeem, … aan toegevoegd worden.
Een HBO behandelingstabel
voor gasembool dient ongeveer 5 uur. In geval van onvolledig neurologisch
herstel kunnen bijkomende behandelingen gegeven worden.
Bijkomende informatie:
Ook al worden de meest spectaculaire
resultaten verkregen als de behandeling binnen de 6 uur na het
lucht-embool begint, werden goede resultaten (met quasi volledige
recuperatie) genoteerd zelfs na 3 dagen diep coma.
Plotse
doofheid en lawaaitrauma 
Theoretische grondbeginselen:
Plots gehoorsverlies aan
één kant is een vrij vaak voorkomende aandoening met vele verschillende
mogelijke oorzaken. In de meeste gevallen is het niet mogelijk
de juiste oorzaak te achterhalen. Zelfs indien de juiste oorzaak
niet gekend is, vermoedt men dat een onvoldoende zuurstofvoorziening
ter hoogte van het slakkenhuis van het binnenoor een mogelijk
belangrijke rol speelt. In de meeste gevallen wordt een behandeling
met cortisone en bloedvatverwijdende medicatie voorgeschreven
door de neus-keel-oorarts. Deze behandeling heeft in ongeveer
50-60% van de gevallen succes.
HBO is aangewezen bij:
Indien het gehoor niet hersteld
is na een cortisone behandeling van ongeveer één week, worden
deze personen doorverwezen voor HBO. Er worden 10 dagelijkse behandelingen
met HBO gegeven (90 minuten), en daarna wordt een evaluatie gemaakt.
Indien er een duidelijke verbetering is opgetreden wordt de HBO
nog enkele dagen verder gezet.
Indien de doofheid langer
dan drie maand bestaat, of indien er enkel oorsuizen (tinnitus)
aanwezig is, is HBO niet aangewezen.
Bijkomende informatie:
Acuut lawaaitrauma is een
vermindering van het gehoor door plotse en zeer luide geluidsdruk.
Hier wordt, indien mogelijk, een behandeling gestart binnen de
24 uur.
Chronische
wonden
Theoretische grondbeginselen:
Patiënten met diabetes,
arteriosclerose of slechte veneuze circulatie zijn gevoelig voor
het ontwikkelen van slecht-genezende wonden ter hoogte van de
voeten of de enkels. De behandeling hiervan is moeilijk en langdurig.
Voor de genezing van wonden is een normale zuurstofvoorziening
van de weefsels noodzakelijk, wat in deze patiënten vaak niet
voldoende gebeurt. Een volledige oppuntstelling van de toestand
van de bloedvaten is dan ook een belangrijke stap in de diagnostiek.
De behandeling van chronische wonden wordt vaak in gespecialiseerde
centra uitgevoerd of gecoördineerd.
HBO is aangewezen bij:
Chronische wonden waar geen
heelkundige ingreep om de bloedvaten te verwijden mogelijk is.
In de meeste gevallen van chronische wonden kan een behandeling
met HBO aan de “klassieke” behandeling (wondzorg, algemene maatregelen,
antibiotica) toegevoegd worden om het proces te versnellen. Een
multidisciplinaire samenwerking met de verwijzende arts is noodzakelijk.
(Osteo)
radionecrose 
Theoretische grondbeginselen:
Na bestralingstherapie (meestal
voor tumoren in de mond, de halsstreek of de prostaat) treedt
soms, vaak pas na jaren, een verharding van de bestraalde “gezonde”
weefsels op. Dit gebeurt door een “dichtslibben” van de kleine
bloedvaatjes onder invloed van de bestraling. Hierdoor worden
deze weefsels gevoeliger voor infectie en genezen wonden minder
goed. Mogelijke symptomen zijn: slecht genezende wonden in de
mond of keel, breuk of infectie van het kaaksbeen na tandextractie,
letsel van de wand van de blaas met pijn en bloederige urine tot
gevolg. Soms zijn er huidletsels op de plaats waar de bestraling
de huid binnenkomt.
HBO is aangewezen bij:
De meeste radionecrose-letsels
hebben baat bij een behandeling met HBO, omdat dit de kwaliteit
van de aangetaste weefsels kan verbeteren. Ongeveer 30 HBO behandelingen
zijn meestal nodig, soms nog veel meer. De werkzaamheid van HBO
wordt na een aantal weken geëvalueerd. Soms zijn bijkomende heelkundige
ingrepen noodzakelijk en deze worden gepland in samenwerking met
de verwijzende arts.
|